LEEUWARDEN - De Tocht komt er voorlopig niet. Toch waagden enkele tientallen schaatsers het er donderdag op. Zij reden hun eigen, volledige Elfstedentocht. „Is dit de finish?” Het klinkt eerder als een noodkreet dan als een opluchting. Maar opgelucht is Bart Grijpma (39) uit Doesburg echt wel als hij donderdagavond even na acht uur de finishlijn op de Bonke in Leeuwarden passeert. In het pikkedonker en bij vijf graden onder nul.
„Het was voor mij 200 kilometer lang aanklampen.” Grijpma reed met zijn maat Roy Haan (39) uit Gendt een eigen Elfstedentocht. Van Leeuwarden naar Leeuwarden, keurig zoals dat hoort. En in precies twaalf uur. „Roy is gewoon beter dan ik”, zegt Grijpma. „Het was pittig voor mij.”
Haan zegt nog geen twintig andere ’gekken zoals wij’ te hebben getroffen op het elfstedentraject. „Dat viel me tegen.” De route was volgens hem redelijk goed. „Alleen de Luts was minder. En op het Slotermeer zijn we langs de kant gaan schaatsen.”
Vlak voor en vlak na het duo passeren nog meer krachtpatsers de streep. Zoals Edsart Walta (33) uit Tichelwurk. Hij rijdt in een groepje - dat twee lampen bij zich heeft - met Johan Dam (44) uit Leeuwarden, Wubbo de Jong (51) uit Gorredijk en Teije de Boer (48) uit Hoornsterzwaag. Ze juichen gevieren en omhelzen en bedanken elkaar.
Dan is ook Kerst Beuckens (40) uit Emmeloord net binnen. Hij was ’s morgens om twintig over zeven op de Swette in Leeuwarden gestart. „Pff, terecht dat die tocht niet doorgaat, hoor. Het ijs is op veel plekken heel erg slecht. In de Luts bij Balk ontstond gewoon een golf, ook al hielden de schaatsers daar afstand tot elkaar. Ook bij Stavoren was het slecht.”
Terwijl Beuckens wordt omringd door familie en vrienden trekt hij op eigen kracht - „natuurlijk, geen gesodemieter, zo is mij dat geleerd” - zijn schaatsen uit. „Vanaf Stavoren tot Dokkum had ik wind tegen”, gaat hij zo goed als onvermoeid verder. Zijn zoons Luc (12) en Owen (10) springen hem om zijn nek. Later volgt ook zijn vrouw Lydia.
Beuckens heeft vóór deze tocht nog maar vijf keer op het ijs gestaan. „Veel te weinig”, geeft hij zittend op de kant toe. „Maar ik heb geen kaart, dus dit is mijn kans.” Hij sport veel. „De energie is er wel.”
Vrijdag staat hij weer voor de klas, een vmbo-school in zijn woonplaats Emmeloord. „Ik heb speciaal hiervoor vrij gekregen. Maar vrijdag moet ik weer aan de bak.” Beuckens trekt snel een warme jas aan en loopt het duister in, naar zijn auto. „Lekker sliepe”, roept hij nog in het Fries.
Robert Jan Speerstra
